Na een paar dagen op het Noordereiland te hebben rondgezworven kunnen we in elk geval zeggen dat het wat drukker en levendiger is dan het Zuidereiland. Dat merken we op de grotere weg vanaf Wellington, waar we vaker door andere auto’s worden gepasseerd. Op Koninginnedag rijden we dwars door het vulkanische binnenland, waar het weer stukken rustiger is, in de richting van het Tongariro nationaal park. Het Noordereiland heeft minder hoge bergen dan het zuiden, maar het landschap is ook hier erg mooi. In Tongariro staat de Mount Ngauruhoe vulkaan, onder de Tolkien fans beter bekend als Mount Doom. Helaas is de top van deze berg in de wolken gehuld en volgens de mevrouw van het informatiecentrum blijft dat de komende twee dagen zo. Toch besluiten we een wandeling te maken in de omgeving. Hier en daar staan nog naaldbomen, maar verder is het landschap kaal. Tot onze verrassing groeit er hei en zien we echte vliegenzwammen. Tussen de korte buien door stappen we lekker door. Een prachtige waterval is onze beloning. Volgens de weerberichten blijft het nog een paar dagen slecht weer, maar er breekt tussen de buien met steeds meer regelmaat de zon door.
Tekst loopt door onder gallery
Vanaf het Tongariro National Park is het een uurtje rijden naar het Taupo meer. Als we daar arriveren, is het ineens weer warm en schijnt de zon volop. Men zegt dat de voorspelling van het weer in het Nieuw-Zeeland het aller moeilijkst is. Dat zal zo zijn, wij pakken de stukjes zon die we tegenkomen zoveel mogelijk mee. Het is in elk geval in de nachten niet langer koud, dat is toch het voordeel van steeds een stukje noordelijker rijden. De camping is wat drassig door recente regen. We vinden het er ook een beetje shabby, we hebben het idee dat hier de nodige permanente bewoners zijn, maar de oevers van het meer zijn niet ver weg en het zonnetje schijnt.



